Het nieuwe Strafwetboek: een historische hervorming van het Belgisch strafrecht

Auteur

Bart Verhoeven

Advocaat | bestuurder

2026/08/31

Op 01 september 2026 ziet niet alleen Toucan het levenslicht maar ook het volledig nieuwe Strafwetboek treedt dan in werking. Het oude Belgisch Strafwetboek dateert in essentie nog van 1867. Ondanks talloze wetswijzigingen door de jaren heen, bleef de onderliggende structuur grotendeels behouden — tot nu. Vanaf 1 september 2026 wordt de basisarchitectuur van ons strafrecht fundamenteel herschikt en veranderd.

Een nieuwe indeling van misdrijven

De meest zichtbare wijziging betreft de klassieke driedeling van misdrijven. Waar het huidige recht spreekt van overtredingen, wanbedrijven en misdaden - elk met een eigen procedure en bevoegde rechtbank - verdwijnt dit onderscheid. Voortaan is er nog slechts één overkoepelende categorie: het misdrijf. Deze vereenvoudiging moet de rechtszekerheid en de leesbaarheid van het strafrecht ten goede komen.

Uitbreiding en herziening straffenarsenaal

Met het oog op een doeltreffender en nauwkeuriger strafrecht werden ook de soorten straffen herzien. Het nieuwe Strafwetboek gaat uit van een nieuwe schaal van hoofdstraffen, onderverdeeld van niveau 1 tot 8. Zo omvat de hoofdstraf van niveau 1 (vb. voor smaad, laster, …) geen gevangenisstraf meer. De minimumgevangenisstraf bij niveau 2 (discriminatie, huisjesmelkerij, …) bedraagt zes maanden. De criminele straffen zijn voorzien in de niveaus 7 (vb. doodslag) en niveau 8 (vb. moord). De gevangenisstraf wordt gezien als ‘ultimum remedium’. Enkel wanneer de doelstellingen van de straf niet kunnen worden bereikt met een van de andere straffen of maatregelen die de wet voorziet, kan een gevangenisstraf worden opgelegd. De geldstraf wordt dan weer vastgesteld op basis van de verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel. Daarnaast wordt er ook voorzien in de verlengde opvolging van de veroordeelde in het licht van recidive en in een adequatere bestraffing van daders met psychiatrische aandoeningen.

Andere beoordeling onopzettelijke feiten

Een wijziging met verstrekkende gevolgen betreft de onopzettelijke misdrijven, zoals onopzettelijke slagen en verwondingen of onopzettelijke doding - denk aan verkeersongevallen of arbeidsongevallen. Waar vandaag een gewone fout of nalatigheid volstaat voor een strafrechtelijke veroordeling, zal onder het nieuwe Strafwetboek een zware fout vereist zijn. Voor daders betekent dit een hogere drempel voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. Voor slachtoffers heeft dit een keerzijde: zij zullen in meer gevallen zelf naar de burgerlijke rechtbank moeten stappen om hun schadevergoeding te verkrijgen, los van een strafprocedure die niet noodzakelijk tot een veroordeling leidt. Dit onderstreept het belang van een doordachte strategie op het raakvlak van strafrecht en aansprakelijkheidsrecht.

Deelneming aan een misdrijf: gelijke behandeling

Vandaag maakt de wet nog een onderscheid tussen daders, mededaders en medeplichtigen, met een verschillende strafmaat naargelang de rol die iemand speelde. Het nieuwe Strafwetboek stapt daar grotendeels van af: elke vorm van betrokkenheid bij een misdrijf - of die nu essentieel dan wel louter "nuttig" was voor het plegen van de feiten - kan voortaan met dezelfde straf worden bestraft als het misdrijf zelf. Dit vergroot het risico voor personen die zich, al dan niet bewust, in de rand van strafbare feiten bevinden, en verdient bijzondere aandacht in het ondernemingsrecht en het aansprakelijkheidsrecht van bestuurders.

Nieuwe straffen voor ondernemingen

Ook rechtspersonen krijgen te maken met een aangepast sanctie-instrumentarium. Naast de klassieke geldboetes voorziet het nieuwe wetboek in straffen op maat van ondernemingen, waaronder verplichtingen tot gemeenschapsdienst voor rechtspersonen. Dit sluit aan bij een bredere internationale tendens om ondernemingen niet enkel financieel, maar ook op een meer zichtbare en maatschappelijk relevante manier te responsabiliseren.

Nieuwe misdrijven en verzwarende omstandigheden

Het nieuwe wetboek voert ook inhoudelijke vernieuwingen door. Zo wordt ecocide als afzonderlijk misdrijf ingeschreven, en wordt bewijsvervalsing explicieter strafbaar gesteld. Discriminatoire motieven - bijvoorbeeld bij doodslag, aanzetting tot zelfdoding of seksueel geweld - worden uitdrukkelijk als verzwarende omstandigheid opgenomen. Ook aanzetting tot haat of discriminatie, negationisme en zogenaamde conversiepraktijken krijgen een eigen, verfijnde strafbaarstelling. Omgekeerd verdwijnen sommige lichte inbreuken, zoals nachtlawaai, uit het strafrecht en worden ze op een ander niveau afgehandeld.

Praktische uitdagingen bij de overgang

De hervorming is ambitieus, en dat brengt uitvoeringsvragen met zich mee. De Orde van Vlaamse Balies heeft er bij de wetgever op aangedrongen dat de overgang naar het nieuwe wetboek zorgvuldig wordt begeleid: voor feiten die zich rond de inwerkingtredingsdatum situeren, zal telkens moeten worden nagegaan of het oude dan wel het nieuwe recht van toepassing is, en welke van beide regelingen voor de betrokkene het gunstigst uitvalt - een rechtstreeks gevolg van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel en het principe van de meest gunstige strafwet. Daarnaast is het Wetboek van Strafvordering, dat de procedurele kant regelt, niet gelijktijdig volledig herzien, wat in de praktijk voor afstemmingsvragen kan zorgen.

Wat betekent dit voor u?

Voor ondernemingen is het aangewezen om compliance-programma's, interne meldsystemen en de rol van bestuurders en leidinggevenden te herbekijken in het licht van de verruimde aansprakelijkheid voor deelneming en de nieuwe sancties voor rechtspersonen. Voor particulieren die betrokken zijn in een lopend strafdossier, is het cruciaal om na te gaan onder welk regime hun feiten uiteindelijk zullen worden beoordeeld.

Ons kantoor volgt de uitvoering van deze hervorming, en de bijhorende aanpassing van het Wetboek van Strafvordering, op de voet. 

Heb je een concrete vraag over een strafdossier of over de gevolgen van deze hervorming voor jouw onderneming?