Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: wat verandert er aan jouw aansprakelijkheid en aan jouw recht op schadeloosstelling?

Auteur

Katrien Levrau

Jurist

2026/08/01

Vanaf 01 januari 2025 hebben de bepalingen van Boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, dat de eeuwenoude regels inzake buitencontractuele aansprakelijkheid vervangt, het aansprakelijkheidslandschap in België ingrijpend gewijzigd. Wat sinds 1804 via een handvol summiere artikelen en een uitgebreide rechtspraak werd ingevuld, staat nu in een gedetailleerd en modern wetboek. De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op feiten vanaf 01 januari 2025 en niet op de toekomstige gevolgen van feiten die zich hebben voorgedaan voor deze datum. Voor ondernemingen, bestuurders, werknemers en particulieren heeft dit concrete gevolgen - gevolgen die niet altijd voordelig uitvallen.

Een principiële ommekeer: vrije keuze voor de benadeelde en einde van de quasi-immuniteit van de hulppersoon

Eén van de meest fundamentele wijzigingen betreft de zogenaamde samenloopregel. Onder het oude recht kon iemand die schade leed door de wanprestatie van een medecontractant, in de regel geen buitencontractuele vordering instellen tegen die medecontractant. Daarnaast kon de benadeelde zich ook niet rechtstreeks richten tot de hulppersoon van zijn medecontractant (bijvoorbeeld een werknemer, een zelfstandige onderaannemer of een bestuurder).

Onder Boek 6 verandert dit wezenlijk: de benadeelde kan voortaan vrij kiezen of hij zijn vordering baseert op de contractuele aansprakelijkheid van zijn medecontractant, dan wel op de buitencontractuele aansprakelijkheid. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, gelden de wettelijke bepalingen van buitencontractuele aansprakelijkheid nu ook tussen medecontractanten. Het onderscheid tussen beide stelsels is belangrijk en de keuze heeft een impact op de vordering.  Deze regeling geldt bovendien ook ten opzichte van de hulppersoon van de medecontractant en zo komt er een einde aan de jarenlange quasi-immuniteit van de hulppersoon. Concreet betekent dit dat werknemers, freelancers, onderaannemers en bestuurders een bescherming verliezen waarop zij decennialang konden rekenen.

Wat betekent dit voor bestuurders en werknemers?

De praktische gevolgen zijn aanzienlijk. Een bestuurder die in de uitoefening van zijn mandaat een fout begaat, kan voortaan door een derde (bijvoorbeeld een klant of leverancier van de vennootschap) rechtstreeks worden aangesproken, zonder eerst via de vennootschap te moeten passeren. Hetzelfde geldt in beginsel voor werknemers en zelfstandige medewerkers die een fout begaan bij de uitvoering van hun taken. Dit verhoogt het persoonlijke risico van iedereen die namens een onderneming naar buiten treedt.

Belangrijk om te weten: deze nieuwe regeling is niet van openbare orde. Dat betekent dat partijen er contractueel van kunnen afwijken. Ondernemingen kunnen dus, binnen zekere grenzen, in overeenkomsten met klanten, leveranciers of opdrachtgevers bedingen dat aansprakelijkheidsvorderingen tegen hulppersonen worden uitgesloten of beperkt. Wie dat niet doet, laat een belangrijk instrument liggen om het risico voor zijn medewerkers en zichzelf te beheersen.

Aandachtspunten voor de praktijk

Deze hervorming roept voor ondernemingen en hun bestuurders een aantal concrete vragen op.

Contracten herzien. Overeenkomsten met klanten, leveranciers, werknemers, freelancers en onderaannemers verdienen een grondige screening. Waar mogelijk kunnen clausules worden opgenomen die de nieuwe keuzevrijheid van de benadeelde kanaliseren of beperken, en die duidelijkheid scheppen over wie welk risico draagt.

Verzekeringsdekking controleren. Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen (D&O-polissen) en beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen werden doorgaans opgesteld met het oude aansprakelijkheidsregime als uitgangspunt. Het is aangewezen om na te gaan of de huidige polissen ook de buitencontractuele aanspraken van derden tegen bestuurders en medewerkers afdoende dekken, en of de verzekerde bedragen nog toereikend zijn in het licht van dit verruimde risico.

Bestuurdersovereenkomsten aanpassen. Vennootschappen kunnen in de overeenkomst met hun bestuurders bepalingen opnemen die de vennootschap verplichten passende verzekeringen af te sluiten en te onderhouden, en die de interne verhaalsmogelijkheden tussen vennootschap en bestuurder verduidelijken.

Ook relevant: de wisselwerking met het nieuwe Strafwetboek

Deze hervorming van het aansprakelijkheidsrecht staat niet op zichzelf. Het nieuwe Strafwetboek, dat op 01 september 2026 in werking treedt, verhoogt de drempel voor strafrechtelijke aansprakelijkheid bij onopzettelijke feiten - daar is voortaan een zware fout vereist. Het gevolg is een zekere verschuiving: waar de strafrechtelijke weg voor slachtoffers moeilijker wordt, wint de burgerlijke, buitencontractuele vordering onder Boek 6 aan belang als middel om schade vergoed te krijgen. Wie als onderneming of als individu met deze materie te maken krijgt, doet er goed aan beide hervormingen in samenhang te bekijken.

Wat betekent dit voor jou?

Voor ondernemers en bestuurders is de boodschap duidelijk: dit is niet het moment om af te wachten. Een audit van de bestaande contracten, verzekeringspolissen en bestuurdersovereenkomsten is aangewezen om het verhoogde risico onder Boek 6 in kaart te brengen en, waar mogelijk, contractueel te temperen. Voor particulieren die schade lijden door de fout van een hulppersoon van hun medecontractant, biedt Boek 6 dan weer nieuwe en ruimere mogelijkheden om die schade vergoed te krijgen.

Ons kantoor begeleidt zowel ondernemingen als particulieren bij het inschatten van de gevolgen van Boek 6 voor hun concrete situatie, en bij het herzien van contracten en verzekeringen in het licht van deze hervorming.